De kwalen voorbij

Saraswathi. Dochter, moeder, oma. 73 jaar, en ze verwelkomt nog dagelijks ashtanga yoga leerlingen van over de hele wereld in haar shala (yogaruimte). Veel spreekt ze niet. Samen met haar assistent David van 80 helpt ze elke ochtend een paar uur lang leerlingen in en uit houdingen, en houdt ze de ontwikkeling van alle leerlingen in de gaten. Ze windt er geen doekjes om en bakt geen zoete koekjes.

Alle leerlingen krijgen bij hun inschrijving het tijdstip toegewezen waarop ze dagelijks in de shala moeten verschijnen. Ik heb ‘geluk’ (ik ben geen ochtendmens), ik hoef pas om half 7 te beginnen. Het had ook half 5 kunnen zijn. Het nadeel aan onderdeel zijn van de laatste groep: de shala is dan inmiddels in een bloedhete sauna veranderd. Iedereen oefent op zijn eigen tempo en niveau, dat is het mooie van ashtanga – Mysore stijl. Pas nu ik het hier beoefen ben ik helemaal verkocht. Wie de vaste serie nog niet kent, krijgt van Saraswathi per dag een nieuwe houding erbij. Wie de primary series kent, krijgt stap voor stap houdingen van de intermediate series aangereikt.

Zondag was mijn eerste dag, dat is de enige dag in de week dat het een ‘led class’ is. Iedereen oefent tegelijkertijd. Ik heb het meestal niet zo op emoties. Daarin ben ik net een soort cliché uitvoering van een Neanderthaler man: help, emoties! Wat moet ik er mee. Kunnen we dat niet gewoon even oplossen of zo? Ik kon er echter niet omheen, het was emotioneel.

Op dag 2 trok Saraswathi hier en daar eens aan een been en legde me nog wat meer in de knoop.
(Het was nog steeds emotioneel)

Op dag 3 zei ze: ‘You, intermediate series. Next week Monday.’ (Het was nog steeds emotioneel)

Op dag 4: ‘You, do backdrops. Don’t be afraid. I help you.’ (Het was nog steeds emotioneel)

Saraswathi spreekt niet zoveel Engels. Ellenlange gesprekken over gevoelens, kwalen, angsten, doktersbezoeken en fysiotherapie zijn onmogelijk. Zelfs al had ze tijd, en kon ze vloeiend ingaan op de gehele medische geschiedenis van alle leerlingen, dan nog zou ze dit afkappen, vermoed ik zo. Zij geeft je mogelijkheden aan, en je neemt ze of niet. Ik kan zeggen: nee Saraswathi, geen backdrops. Prima. Ik kan zeggen: ja Saraswathi. Punt. De keuze is aan mij. Je bepaalt je eigen beoefening.

Het klopt. Of je die backdrop nou wel/niet wil doen, of dat nou komt door een operatie of door angst, maak je keuze. Voor mezelf weet ik dat Saraswathi het enige juiste zei: ‘Don’t be afraid.’
Er staat me niets in de weg, behalve zo’n stemmetje in mijn hoofd dat soms ineens zegt: Nee.
En dan heb ik het nakijken. Wat een belemmering. Helaas (of gelukkig?) is dat stemmetje geen buitenaards wezen, dat is ook onderdeel van mezelf. Ik kan er dus iets mee! Dat geeft vrijheid (oh help en tegelijkertijd oh zo fijn) en ook verantwoordelijkheid voor je eigen leven.

Waarom roept dat stemmetje ‘Nee’? Is het angst om te vallen, om te bezeren, om te falen? Het klinkt zo aannemelijk, maar ik heb nooit van oppervlakkige psychologie gehouden. Als er dan toch al zoveel emoties rondvliegen, kan ik misschien ook even een minuut heel snel diep naar binnen kijken en spieken of er misschien nog een reden verder onder verborgen ligt. Ik heb geen conclusie, maar voor nu kwam de gedachte naar boven dat het grootste obstakel niet zozeer angst om te falen is.

Wat als blijkt dat we fantastisch zijn met oneindige mogelijkheden? Wat dan?